Regelgeving BBV
Op basis van de regelgeving opgenomen in het BBV is het overzicht van incidentele baten en lasten een onderdeel van de begrotingsstukken. Met ingang van 1 januari 2013 is de regelgeving in het BBV voor inzicht in incidentele baten en lasten verder uitgebreid. Het BBV geeft echter geen harde definitie van de begrippen incidenteel en structureel. Ook in de praktijk is het onderscheid niet altijd even scherp te trekken. Om toch zoveel mogelijk eenduidige toepassing van regelgeving te bevorderen heeft de Commissie BBV al in 2012 de notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' opgesteld. In de notitie wordt het onderscheid tussen incidenteel en structureel op basis van de volgende vier verduidelijkingen nader uitgewerkt:

  1. Indien bestaand structureel beleid, niet zijnde een tijdelijke geldstroom, binnen de termijn van 3 jaar een wijziging ondergaat dan worden de daarmee samenhangende lasten of baten in het begrotingsjaar niet als incidenteel aangemerkt. Bijvoorbeeld in het kader van de bezuinigingen besluit de gemeente in jaar t+3 geen subsidies meer te verstrekken; de daarmee samenhangende lasten worden in t+2, t+1 en t nog als structureel beschouwd.
  2. Na afloop van een begrotingsjaar zullen bij het opmaken van de jaarrekening altijd wel enige (relevante) verschillen tussen de werkelijkheid en de begroting blijken. Het is van belang dat bij de analyse ex BBV artikel 28, lid a wordt bezien in hoeverre er alsnog sprake is geweest van niet begrote incidentele baten en lasten. Budgetverschillen op activiteiten betreffende structureel bestaand beleid blijven naar hun aard ‘structureel’.
  3. Toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) of om onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings)reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten.
  4. Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een raadsbesluit en/of een toekenningsbesluit klasseren als incidentele baten en lasten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar.

Het overzicht van incidentele baten en lasten wordt door de provincie als toezichthouder ook gebruikt om te beoordelen of de begroting structureel en materieel in evenwicht is. Voor een uniforme presentatie heeft zij een handreiking opgesteld met daarin opgenomen een aantal veel voorkomende posten die specifiek thuishoren op de lijst van incidentele baten en lasten. Zie ook hoofdstuk 10 van dit onderdeel Financiële Begroting.

Totaal overzicht van incidentele baten en lasten per programma
In deze begroting zijn incidentele baten en lasten opgenomen. Op het niveau van de raadsprogramma’s geeft dit het volgende beeld:

Incidentele lasten en baten

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

(bedragen x € 1.000)

Incidentele lasten programma:

1 Duurzaamheid

176

220

197

232

76

293

0

2 Economische stimulering

267

578

642

858

163

168

0

3 Prima woonomgeving

2.567

921

395

470

250

0

0

4 Maatschappelijke ontwikkeling

170

154

586

940

545

0

0

5 Modern meewerkend bestuur

790

1.215

4.574

1.813

1.395

970

0

Totaal incidentele lasten

3.970

3.088

6.394

4.313

2.429

1.431

0

Incidentele baten programma:

1 Duurzaamheid

0

171

167

140

0

0

0

2 Economische stimulering

0

0

627

0

0

0

0

3 Prima woonomgeving

2.299

396

20

20

0

0

0

4 Maatschappelijke ontwikkeling

0

154

546

1.350

545

0

0

5 Modern meewerkend bestuur

1.314

56

3.175

1.587

225

425

0

Totaal incidentele baten

3.613

777

4.535

3.097

770

425

0

Een specificatie hiervan is opgenomen in het bijlagenboek.